Dodoens (16e eeuw) geeft een iets andere verklaring dan ik net schreef 'ſaet, dat bruyn es, gelijck een maenken ghefatſoeneert, ende duer die dunne vellekens van den hauwkens ſienlijck es'.
Het zouden dus de zaden zijn die op maantjes lijken en niet de doosvruchten zelf.